In oktober 2016 schreef ik hier over de ondernemers die te maken kregen met aanpassingen aan het spoor en de aanleg van een nieuw station naast hun erf. 

Ik fris uw geheugen even op. De ene grondeigenaar krijgt met een enorme omrijschade te maken, vanwege het beoogd afsluiten van een particuliere overweg. De andere vreest voor overmatige geluidshinder, aangezien het nieuwe station dichter bij zijn woning komt dan het huidige station dat o.a. vanwege geluid voor omwonende buiten het dorp geplaatst wordt. De ondernemer met de omrijschade sta ik bij in de onderhandelingen hierover, maar wordt in de beroepsprocedure bijgestaan door de rechtsbijstand. De ondernemer bij het nieuwe station, sta ik bij in de beroepsprocedure. Kort na mijn vorige bericht zijn we naar de Raad van State afgereisd om toelichting te geven op de eerder uitgewisselde juridische standpunten. Over de zitting en wat daar aan vooraf ging kan ik ook wel een item schrijven, maar ik vrees dat de uitspraak van de Raad van State toch interessanter is. Tijdens de voorbereiding en vlak voor de zitting zijn er door de overheid nog diverse aanvullende onderzoeken verricht, om te onderbouwen of er al dan niet sprake zal zijn van hinder of schade. Dit behoort natuurlijk bij het ter visie leggen van een nieuw bestemmingsplan te gebeuren. Zeker als er in een bestaande situatie al last is van geluidhinder, is het natuurlijk - op zijn zachtst gezegd - niet zo slim om juist dat aspect te vergeten te onderzoeken. Logisch dat je als ondernemer naast de nieuwe locatie je zorgen gaat maken.

En terecht, zo bleek uit de uitspraak van de Raad van State! De gemeente had dit behoren te onderzoeken en zonder dit onderzoek zou het bestemmingsplan sneuvelen. Gedurende de procedure voelde de gemeente dit ook wel aankomen en hebben ze het alsnog laten onderzoeken. De Raad van State oordeelde dan ook dat mijn klant terecht in beroep is gegaan. Ondertussen is uit alle aanvullende onderzoeken gebleken dat geluidhinder aanvaardbaar zal zijn, dus “blijven de rechtsgevolgen van het bestreden besluit geheel in stand”. Wat had de overheid toch een hoop ellende, tijd en moeite - en geld wat daarmee gepaard gaat - kunnen besparen als ze haar huiswerk meteen goed had gedaan. Ik blijf mij erover verbazen hoe blind de overheid is voor de individuele belangen van enkelen, gedurende een ontwikkeling in het algemeen belang. 

Je zou zeggen dat juist een overheid moet begrijpen hoe belangrijk het is om ook oog te hebben voor individuele belangen als die (mogelijk) buitensporig nadeel ondervinden van een ontwikkeling. En dat je juist die individuen extra goed moet meenemen in het hele planvormingsproces, zodat alle zorgen weggenomen kunnen worden of er aanpassingen in het ontwerp gedaan kunnen worden als er wel sprake blijkt te zijn van hinder of schade. Juist dan krijg je een breed gedragen plan en hoef je niet naar de Raad van State of jarenlange onderhandelingen te voeren met partijen als ProRail. Het kan zo simpel zijn, maar kennelijk ziet de overheid ook hier meer heil in halfbakken werk leveren en dan maar procederen. Terwijl ze uiteindelijk dus toch nog dat huiswerk moeten maken om door te mogen met hun plannetjes.  

Ik blijf strijdbaar en zal ze er keer op keer op wijzen.

Klaartje van Wijk

06 – 83 33 82 94